sneek

Gerhard Reigner Fockens, een trieste
en briljante Sneker domineeszoon

dijkspoort

Wat een drama’s speelden zich in de jaren 1825-1850 af in de hervormde pastorie aan de Singel te Sneek! In 1810 was daar het achtste kind van dominee Lucas Fockens geboren: Gerhard Regnier.

Al vroeg bleek de jongen hoogbegaafd te zijn. Op de Latijnse School van rector Herman Amersfoordt blonk hij uit in alles. Op zijn negende kreeg hij van Koning Willem I een gratificatie ‘omdat hij blijkbare proeven heeft gegeven van ongemeenen ijver en begaafdheid in het leeren der Latijnsche taal’. Op zijn dertiende werd hij student theologie te Utrecht, waar ook zijn broer Bert studeerde, de latere predikant van Jutrijp.

Vader Fockens, die zijn reputatie als orthodox predikant had hoog te houden, merkte al snel dat de studie van zijn benjamin nu en dan haperde. Hij wijtte het aan zijn zwakke gestel en zijn harde werken, al moet er al vroeg het vermoeden zijn geweest dat er meer aan de hand was.

Vooralsnog werd alles overstemd door het succes van Gerhards studie. Behalve zijn grote kennis van de klassieke talen, vooral van het Grieks, kreeg hij spoedig ook naam door zijn wiskundige talenten. De beantwoording van academische prijsvragen over de lengte- en breedtegraad, leverde hem twee gouden medailles op.

Dominee wilde (of kon) hij niet meer worden. Gerhards grote ambitie werd een benoeming tot observator van de Utrechtse sterrenwacht. Ondanks de aarzeling van zijn hoogleraar Gerard Moll, die ongetwijfeld al wat ‘vreemds’ zag in het Gerhards gedrag, werd hij toch in 1834 op die post benoemd. De kandidaatsexamens in de Letterenfaculteit en de Wis- en Natuurkunde faculteit had hij toen al op zak.

Het plan was snel een doctoraalexamen in de Wis- en Natuurkunde af te leggen, en dan te promoveren. Dag en nacht werkte hij.

Bovendien speelde hij een grote rol in het studentenleven, waar hij de Sneker studenten organiseerde: een historisch feit dat nooit eerder onder de aandacht kwam. Maar ook hier waren er in toenemende mate signalen van een psychische ziekte die steeds groter vat op hem kregen en die hem telkens voor korte periode het werken onmogelijk maakte.

Vanuit de pastorie te Sneek werd intensief met Gerhard meegeleefd. In de biografie is de uitgebreide correspondentie terug te vinden met zijn vader, en met zijn beide zussen, Titia en Henriëtte, die de boegbeelden werden van wat dominee Wumkes later ‘het Friesche Reveil’ noemde.

Gespannen wachtte men in het ouderlijk huis op de resultaten van Gerhards wetenschappelijke onderzoek. De komeet van Halley was in 1835 een hoofdthema, gevolgd door de grote zonsverduistering van 1836. De studie over de komeet had het onderwerp van Gerhards proefschrift moeten worden, maar zover is het nooit gekomen.

Midden jaren dertig geraakte hij bij herhaling in een psychose, zoals die behoort tot het ziektebeeld van de schizofrenie. In de pastorie leidde dit tot menig drama, waarvan vooral moeder Fockens – een psychisch zwakke vrouw – het slachtoffer was. In 1839 kon men Gerhard niet langer handhaven, en werd hij door de Sneker rechtbank onder curatele gesteld. Direct erna volgde zijn opname, eerst in het Krankzinnigengesticht te Utrecht en later in het gesticht te Zutphen. In het boek worden de elf gestichtsjaren uitvoerig beschreven, met aandacht voor alle krankzinnigen die in die jaren in Utrecht en Zutphen werden verpleegd.

In 1850 keerde Gerhard terug in Sneek. Kort daarna overleed dominee Fockens en kwam de mantelzorg voor Gerhard geheel op de schouders van zijn Tita en Henriëtte. Uitvoerig wordt beschreven hoe Gerhard aan de zijlijn de activiteiten van zijn zusters heeft gevolgd. In het Commandeurshuis aan de Marktstraat stichten zij hun opleidingsinstituut dat in 1857 het begin werd van het Christelijk onderwijs te Sneek. Gerhard woonde toen aan het Kleinzand, in de directe nabijheid van zijn zuster Dientje die met de welgestelde handelaar in bakkers- en horecawaren uit Sneek Willem Eise Witteveen was getrouwd.

In 1862 noopten allerlei veranderingen binnen de familie Fockens Gerhard uit Sneek te vertrekken, en nam hij zijn intrek in de pastorie van zijn broer Bert te Jutrijp. Vandaar verhuisde hij in 1866 naar Ermelo, naar het Huis van Barmhartigheid dat onderdeel was van de Zendingsgemeente van dominee Hermanus Witteveen, die door familiebanden nauw aan Sneek was verbonden.

Vier jaar lang was Gerhard – met al zijn beperkingen als schizofrene patiënt die – hier onderdeel van een bruisend gebeuren van onderwijs, zending en evangelisatie. In 1870 eindigde hier zijn dramatische levensloop.

In het voorwoord van het boek ‘De hemelvorser’ noemt professor Willem Frijhoff dit boek ‘een formidabel monument voor Gerhard Fockens’, ‘een rijk boek, dat bijwijlen ver boven het leven van de hoofdpersoon uitstijgt en hele deelterreinen van de religie-, cultuur- en wetenschapsgeschiedenis ruim en aansprekend documenteert’. Gerhard Fockens, de hemelvorser uit Sneek, is na het verschijnen van dit boek definitief onttrokken aan de vergetelheid.

Mart van Lieberg: De hemelvorser. Gerhard Fockens(1810-1870). 608 pagina's en illustraties. Te bestellen via www.matrijs.com. Prijs € 29,95. Gratis verzending.