Douma Staal: van veel kleingoed naar veel vloer

Tekst: Willem Altena

Foto’s: Jan Blaauw

Maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dingen doen voor Sneek en de Snekers, zonder er mee te koop te lopen. Directeur Geert Jan Douma is – ‘in alle bescheidenheid’ – trots op zijn (staal)bedrijf dat zes jaar terug onder zijn leiding het predicaat ‘koninklijk’ kreeg.

Maar dat is echt niet uitsluitend zijn verdienste, haastte hij zich te zeggen, dinsdagavond 25 november in een vol wijkgebouw De Schuttersheuvel. Allereerst moet je immers voor zo’n vorstelijke titel een eeuw oud zijn. ,,Alle eer aan onze voorouders die aan de basis stonden. Bovenal is mij al heel lang duidelijk dat je nooit iets alleen kan doen. Je hebt altijd anderen nodig, in dit geval: medewerkers, liefst de besten. Zonder ben je nergens. Die moet je koesteren. Klanten ook trouwens…’’

Die laatsten zijn in de loop van de jaren wel veranderd. In de huidige hallen op industrieterrein Houkesloot doet het concern in ‘zware metalen’. Het heeft de grootste lasersnijmachine ter wereld, levert profielwanden, betonijzer, roestvrijstalen buizen en platen. En rijdt dat rond met twintig vrachtwagens. Voor de duidelijkheid: Douma maakt geen staal, het handelt erin. Driekwart ervan is hergebruikt.

De stichters van het bedrijf, Geert en Sippe Douma, zoons van een wagenmaker aan de Lemmerweg, begonnen in 1918 overigens met een veel groter assortiment. Maar dan aan kleingoed; schroeven, bouten, buizen, knietjes, ellenbogen, kogellagers, slijptollen en cirkelzagen.

In de winkel annex pakhuis aan het Grootzand konden handige particulieren en vaklieden keuze maken uit honderden artikelen van ijzer en staal. Een van de broers reed op een eigenhandig gemaakte fiets. Als het even kon staken de twee zich in net kostuum. Dat leverde ze in de stad de bijnaam de ‘Pinguïns’ op.

De oorlog met de Duitsers vormde een spannende periode. De bezetter was tuk op ijzer. Door zich voortaan ook ‘klompenhandel’ te noemen, wisten de Douma’s de bezetter wat van hun ijzerwaren af te leiden. Spannend was het vooral ook door de illegale activiteiten die opvolger Geert en echtgenote Renske, de latere ouders van de tegenwoordige directeur, ondernamen.

Hij fotografeerde stiekem allerlei stellingen en objecten, zij was koerierster. Ze kregen er na de oorlog meerdere (internationale) onderscheidingen voor. ,,Daar ben ik haast nog trotser op dan ze zelf ooit waren. Ze spraken in ons gezin nooit over hun verzetswerk. Probeer goed te doen en zwijg er verder over. Dat was het credo thuis.’’

Geen loon

Van dat laatste gaf tijdens Douma’s lezing good-old Jelmer Kuipers, jarenlang schrijver voor ons magazine De Waag, een mooi, bijna aandoenlijk voorbeeld. Hij vertelde dat het kleine metaalwarenbedrijf van zijn vader aan de Singel in de beginjaren vijftig in de rode cijfers belandde. Klanten talmden te lang met het betalen van rekeningen. Senior kon zijn enkele knechten geen loon uitkeren en stapte met de pet in de hand naar zijn vaste bank. Die weigerde hem ook maar een cent te lenen.

Op weg terug zag hij aan de overkant de naam van Douma’s IJzerhandel op de gevel staan, slikte twee keer en stapte, nu met de pet op, naar binnen. Vijf minuten later had hij 2000 gulden in de hand. ‘Wat kenne wij foor jou doën, Kupers’, was het enige wat de Douma’s hem hadden gevraagd. Hun kassa was nu leeg, maar over terugbetalen spraken ze met geen woord. Dat zat wel goed. Jelmer Kuipers: ,,Mien fader is nog deselde dag bij die bank weggaan en nar un anderen-een overstapt. Dus, namens de femielie, nogmaals bedankt, Douma Staal!’’

Geert Jan hoorde de historische vertelling glimlachend aan. Typerend is dat hij de anekdote helemaal niet kende. Over sommige zaken houd je je inderdaad de mond, zei hij. Om het meteen deze bijeenkomst zelf ook te doen door met geen woord te reppen over zijn (vast en zeker heel ‘luisterrijk’) kamerheerschap in dienst van Koning Willem Alexander. Het enige dat hij er in de wandelgangen over kwijt wilde, was dat hij deze week naar Den Haag reisde, overnachtte in paleis Noordeinde en overleg met de vorst en zijn gevolg zou hebben over de komende Koningsdag in Dokkum….

Hoogte hal Holvrieka halveert

Sneek raakt een wolkenkrabber kwijt. De bijna 28 meter hoge fabriekshal aan de Einsteinstraat, voorheen van supertankenfabrikant Holvrieka, wordt de helft lager. Of beter: de hal wordt afgebroken en elders in Nederland – waar is nog geheim – weer opgetrokken. Daarvoor in de plaats laat eigenaar Douma Staal een lagere, maar veel ruimere hal (van 12.500 vierkante meter) bouwen.

In het ontwerp domineren zilverkleurig metaal en roestbruin cortenstaal. ,,Het gaat er heel goed uitzien, in lijn met de fraaie Kingfabriek ernaast’’, verzekert directeur Douma. Het totale vloeroppervlakte van zijn bedrijf bedraagt nu 33.400 vierkante meter. In de nieuwe hal komen magnetische takels. Die kunnen vanaf ruime (en dus veiliger) afstand worden bediend.

Douma biedt werk aan 126 mannen en vrouwen. Als de nieuwbouw klaar is, heeft het bedrijf waarschijnlijk eentje minder op de loonlijst. ,,Dan hoop ik met pensioen te gaan”, zegt de nu 69-jarige hoofddirecteur. Zijn zoon Koen komt begin volgend jaar in dienst. ,,We blijven een familiebedrijf en we blijven in Sneek. Van verkoop aan buitenlandse speculanten gruwen wij. Van zulke transacties heb ik nooit iemand gelukkig zien worden. Vroeger of later verdwijnt de onderneming en sta je hier met lege handen’’.

Geplaatst in Uncategorized.