Jelmer Kuipers: ‘Ik herkende se anne lucht’
Tekst: Willem Altena
Foto’s: Jan Blaauw

Wie daar nu woont, middenin de Noorderhoek, kan het zich nauwelijks voorstellen. Maar toen Jelmer Kuipers daar als jong kereltje rondhuppelde, had zijn huis aan de Winsemiusstraat vrij uitzicht over de landerijen. ,,Wij konnen kieke tot an Skarnegoutum toe”, verzekerde de 85-jarige ex-VHS-voorzitter dinsdagochtend 24 maart in de biebkelder zijn veertig toehoorders. Voor zover zij toch al niet aan z’n lippen hingen, waren ze nu volledig met stomheid geslagen.
De meesten kennen Kuipers als kantoorman bij metaalfabriek Kwant, VW-verkoper bij schoonvader/garagehouder Harke Pheifer en staffunctionaris van het Fries Scheepvaart Museum. In zijn gastsprekersrol uit de serie ’Dus dou bist un Sneker…’ wou hij het juist daarover níet hebben. Liever vertelde hij hoe ‘íe in zijn jeugdige jaren de stad leerde kennen en beleefde.
Over zijn voorouders, zei hij, kwam hij vroeger in het ouderlijk huis (aan de Singel boven de smederij van zijn vader) niks gewaar. Wat hij van hen weet, moest hij opdiepen uit de archieven – een niet helemaal onbekend terrein trouwens voor een geschiedenisliefhebber.
Zijn Sneker opoe, een Kamstra van moeke’s kant die in een boerderijtje bij de Joodse begraafplaats woonde, kreeg in het laatste kwart van de negentiende eeuw negen kinderen. Niet minder dan zes van hen stierven als baby of peuter. De overige drie haalden elk de zeventig. ,,Wat moet zo’n vrouw een verdriet hebben gehad”, constateerde nazaat Jelmer in gemoede. ,,En dan te bedenken dat zij in die tijd geen uitzondering was.’’
Natuurlijk, de Tweede Wereldoorlog is een zwarte bladzijde in de vaderlandse geschiedenis. Maar voor ondernemende jongens als Kuiper junior had het ook iets spannends. Overburen met rood haar die niemand vertrouwde, maar aan het eind van de oorlog vluchtten toen ze bij het verzet bleken te zitten. Een rijwielenrazzia in de wijk. Paniek zaaiende Duitsers met gasmaskers op. Een koerierster na spertijd bijna betrapt met tientallen ontvreemde bonkaarten in de fietstas…
Kuipers: ,,Un eintsje lopen richting Ysbrechtum en dan waren we bij de skiëtheuvel. Achter plieses en singende Dútse soldaten an die’t deur oanze straat dêr heen marsjeerden. Gingen we heimelek oppe sneup nar de koperen hulzen die we plattrapten. Leverde gau un paar senten op. Later ston dur straf op en sochten de Dútsers se self op.”
De Bevrijding, op 15 april, is in Kuipers’ geheugen – en oren en neus! – gegrift. Haast iedere Sneker weet dat de aftaaiende Duitse bezetters laf de brand in de karakteristieke Waag aan de Marktstraat staken. ,,Mar foor oans was ut fral de ferskrikkeleke ontploffing fan hun munietsiehok in oanze buurt wêrdeur we die dag noait fergete salle. Was ok anstoken. Sun klap…, skriklek, de oren suusden jou dur uren fan.”
‘Flanzend’ naar chocoladerepen slenterden hij en zijn buurtvriendjes daags daarop aan de Bolswarderweg langs een hele rij Amerikaanse legervoertuigen. Die roken heel speciaal. Naar peut en zo. Een halve eeuw later reden oude jeeps en ander materieel van Keep them Rolling door Sneek. Wat rook Kuipers vanaf de stoep? Exact dezelfde geur. ,,Ik herkende se anne lucht, niet iens an hoe at se dur útsagen…’’
