Kleinzand: circa 1970 ~ 2026

Tekst: Willem Altena – Fotografie: Jan Blaauw

Door de bank genomen, biedt het Kleinzand nog een behoorlijk authentiek aanzien. Vooral de statige patriciërswoningen aan de zuidzijde staan er gaaf en tijdloos bij. Het bleef ook steeds een gracht waar zowel gewoond als gewerkt wordt.

Aan de noordkant, in ieder geval het deel waarop de fotografen Jan Greidanus ruim een halve eeuw geleden (let op de nieuwe parkeermeters, eentje voor elke parkeerplaats!) en recentelijk Jan Blaauw hun camera richtten, is de aanblik wel sterk gewijzigd. Hier is werken in wonen veranderd.

Op deze plek stond vanaf het begin van de 20ste eeuw tot 1984 de zoetwarenfabriek van Tonnema, in snoepend Nederland en daarbuiten faam genietend als de producent van met name King en Rang. Het bedrijf was (klein) begonnen in het witte puntpand op de hoek van de Gedempte Pol en de Prins Hendrikkade, nu het stadslogement Kingsize.

Ruim voor de sloop van de panden aan het Kleinzand – Tonnema hield daar nog lang de administratie aan – werd in 1955 aan de Oppenhuizerweg de nieuwe fabriek gebouwd, zonder twijfel een van de meest geslaagde industriële ontwerpen van de stad.

Over rake King-kunst gesproken: kijk maar eens op het binnenterreintje achter het 47 appartementen tellende woongebouw dat hier nu staat. Sinds 1986 liggen en staan daar, zowaar nog steeds geheel ongeschonden (!), de levensgrote marmeren rollen en pepermunten, gemaakt door beeldend kunstenaar Henk Lampe. Een smaakvolle en speelse herinnering aan eerdere tijden. De naam van het wooncomplex voor ouderen, De Eerste Rang, is evenzo een passende vondst.

Toen de Kingfabriek in de verkoop kwam, maakte nazaat Leo Lampe (familie van zowel de kunstenaar als bedrijfsdirecteuren gebroeders De Vries) zich sterk voor het behoud ervan als zelfstandige familie-onderneming. Hij wilde de firma overnemen. Die (principiële) strijd, uitgevochten tot in de rechtszaal, verloor hij. De andere aandeelhouders kozen voor verkoop aan hoogste bieder Van Nelle. De ene overname volgde daarna op de andere: Douwe Egberts, Centrale Suiker Maatschappij, Leaf en Cloetta, de huidige eigenaar uit Zweden.


Ichthuskerk: 1999 ~ 2026

Tekst: Willem Altena — Foto’s: Jan Blaauw

De oudste foto is niet eens zo oud. Uit 1999. De Ichthuskerk aan de Jan van Nassaustraat in de wijk Sperkhem-Tuindorp heeft dan de aanvallige leeftijd van veertig jaar bereikt. De zaalkerk – met rechte hoeken – is ontworpen door de Leeuwarder architect Jo Vegter, in opdracht van de Sneker voogden van de Nederlands Hervormde Kerk. Hun Groote of Martinikerk was zondags geregeld te klein (!) en kon wel een uitbreiding elders gebruiken. Karakteristiek is de toren, met grote galmopeningen ter hoogte van de klok. Op de spits kijkt de gouden haan uit over zo goed als de hele stad. Hij ‘piekt’ vanaf hier door de kruin van de omringende bomen. In 2006 kreeg het gebouw de status van gemeentelijk monument. Een jaar later verhuisde het orgel naar de Noorderkerk, nu onderdeel van het Atrium. De Ichthuskerk, afgestoten door het fusiegenootschap PKN, stond daarna leeg. Sinds 2013 is er een Thomashuis in gehuisvest, een kleinschalige, particuliere instelling voor volwassenen met een verstandelijke beperking onder leiding van een inwonend zorgpaar. Er is een gemeenschappelijke ruimte voor de negen bewoners, die elk een eigen woonruimte hebben. Hun dagbesteding is buitenshuis. De flatwoningen rechts en in het midden hebben alweer ruim twintig jaar geleden plaatsgemaakt voor nieuwbouw. Deels zelfs met een nieuwe naam: Van Hessen Kasselstraat. Het vormde het slot van de grootschalige, miljoenen vergende stadsvernieuwing die de gemeente Sneek en de woningcorporaties in overleg met de bewoners al in het laatste kwart van de vorige eeuw in deze wijk (met woningen van voor en na de oorlog) in uitvoering hadden genomen.


WZS-‘hok’: jaren 60 ~ 2026

Tekst: Willem Altena – Foto’s Jan Blaauw

Het mocht dan door voetballers kortweg ‘hok’ worden genoemd; het was voor het rooms katholieke WZS wel wat meer, dit goed onderhouden en aldoor bewaard gebleven clubgebouwtje.

In het houten onderkomen op ‘t tegenwoordige Zuidersportpark bevond zich rechts de kleedruimte en links, met de grote ramen, de kantine. Daar was het in de derde helft en tijdens clubavonden geregeld erg gezellig. Geen leukere feestvierder dan een katholieke feestvierder.

WZS, net als christelijke stadgenoot ONS opgericht in 1932, had zowaar een eigen veld, gekocht met sponsorgeld van de familie De Vries van de Kingfabriek. Door het doordeweeks aan schapenboer Altenburg te verhuren, beurde het er ook nog wat voor. Dat betekende wel: voor de training en de zondagse pilpartij keutels ruimen met z’n allen, ook de spelers van de bezoekende partij.

De ingang van het WZS-terrein bevond zich destijds aan de Koningin Wilhelminastraat. Na 1973 moest de club het door de gemeente verder uitgebreide veldencomplex delen met ONS. Die verliet het te krappe Sportpark aan de Leeuwarderweg, om LSC 1890 daar meer armslag te gunnen.

Een gezegend huwelijk werd het aan de Johan Willem Frisostraat niet tussen de zaterdag- en zondagclub. Vooral toen de eerste, volgens de tweede, zonder overleg lichtmasten oprichtte en een eigen kantine op de gezamenlijk gebruikte (maar gemeentelijke!) kleedaccommodatie bouwde, was de liefde helemaal over.

WZS fuseerde in 2008 met de vv Sneek (opgericht in 1910 en spelend aan de Lemmerweg) onder de nieuwe naam Sneek Wit Zwart. Het verkocht toen ook de eigen en aanvankelijk zeer lucratieve WZS-(sport)hal. ONS heeft sindsdien op het Zuidersportpark het rijk alleen.

Aan de noordzijde van het voetbalcomplex staan nog steeds de Van Galkom-boxen, genoemd naar de deken van Sneek. De roomse geestelijke had het WZS-gebouwtje bij de officiële opening met wijwater tegen kwaad en onheil beschermd. Dat lijkt goed gelukt. Hoewel ongebruikt en dichtgespijkerd is het voor de slopershamer bespaard gebleven.

Van Galcom had een ruime hand van sproeien met heilig water. Al in 1930 organiseerde zijn kerk voor het eerst op het Sportpark aan de Leeuwarderweg de inzegening van nieuwe en tweedehands personenauto’s. Stonden er zomaar honderd karretjes (T-Fords onder andere) van heinde en ver op de renbaan rond het hoofdveld. Met engelengeduld besprenkelde de hoogeerwaarde ze een voor een, in het front van de monumentale houten tribune die volgepakt zat met gelovigen.


Bolswarderweg: circa 1910 ~ 2026

Instappen maar! De stoomtram houdt halt en de reizigers, tot dan geduldig bijeen in de wachtkamer, kunnen een (houten!) zitplaatsje in de wagons zoeken. Nummer 24 komt vanaf Joure en tuft door naar halte Bolsward.

Instappen maar! De stoomtram houdt halt en de reizigers, tot dan geduldig bijeen in de wachtkamer, kunnen een (houten!) zitplaatsje in de wagons zoeken. Nummer 24 komt vanaf Joure en tuft door naar halte Bolsward.

In 1947 stopte de Nederlandsche Tram Maatschappij het personenvervoer. Met een diesellocomotief zijn nog lang vanuit Sneek goederen over de trambaan vervoerd naar de zuivelfabriek Hollandia in Bolsward. De gerestaureerde loc ‘Sik’ naast het NS-station herinnert daar nog aan. Lang nadat de tramverbinding in 1968 was opgeheven, bleven de ijzeren rails in het wegdek liggen. Wee de fietser die erin terecht kwam. Bleef het bij een slag in het wiel en was jouw neus nog recht, dan mocht je je gelukkig prijzen.

De oude foto toont links de tramloods, die later dienst deed als busremise, machinefabriek en kringloopwinkel. In 2001 ging het gebouw tegen de vlakte. Nu kuier je daar door het blijvend fraaie Wilhelminapark. Op de nieuwe opname is rechts een glimp van het huidige benzinestation Texaco Express te zien. In de verte, richting Oude Dijk, zit Van der Wal’s Snackbar. Rechts daarvan is de bewaakte overweg. Vroeger kruisten de (even brede) rails van de tram en de dieseltrein (Leeuwarden-Stavoren vice versa) daar elkaar. Maar wat was er het eerst? De tram, in 1882. De trein arriveerde een jaartje later…